Search
Close this search box.

“Walk to my car, I’ll give you a shirt”

“Walk to my car, I’ll give you a shirt”

Hij opende zijn achterklep van zijn pick up en reikte me een blauwe longsleeve aan. Ik kende hem net een half uur. Via één van mijn medestudenten, Jaynne, waar hij een vriend van was. Ik kon met Jaynne mee rijden van de Berenschool – zoals ik mijn opleiding tot Bear Viewing Guide graag noemde-  op Vancouver Island naar Vancouver stad op het vaste land. Een rit en een bootvaart van in totaal zo’n vijf uur. Haar goede vriend was jarig en ze nodigde me uit om nog even naar het iconische Granville Island te gaan waar hij zijn verjaardag vierde. Ik had de komende weken niks beters te doen dan Canada in al haar glorie te beleven en tot in iedere vezel te absorberen, dus zei ik als vanzelfsprekend ja.

Dolblij nam ik het zachte shirt van hem aan.

“It’s a Canucks shirt!” zei hij trots. Het was ontworpen door zijn bedrijf.

Ik knikte ongemakkelijk bevestigend en dankbaar. Het maakte me niet uit wat er op stond. Na twee weken in dezelfde kleren in de wildernis gelopen te hebben zonder te douchen was een schoon shirt het beste kado dat ik me op dat moment kon wensen in een stad vol mensen.

Dat Canucks het icehockey team van Vancouver was, was zelfs voor een leek als ik onmiskenbaar. Ik had inmiddels geleerd dat de icehockey-gekte en Canada ver voorbij ging aan het niveau van EK’s of WK’s voetbal in Nederland. De lokale bussen gaven niet meer hun bestemming weer maar ‘Go Canucks Go!’, het vliegveld -inclusief informatietoren- was behangen met Canucks-aanmoedigingen, net als vele bruggen en welke openbare gelegenheid dan ook. Oranjekoorts was er niks bij.

Ik had niks met sport kijken. Sinds jaar en dag had ik dezelfde visie op sport als porno. Dat moet je niet kijken, maar doen. Klaarblijkelijk een weinig populaire visie, en ik had niet eens wat met voetbal in Nederland, dus laat staan met Canadese icehockey-teams. Toch, met opgeheven hoofd droeg ik mijn Canucks-shirt. Vooral omdat ie zo schoon rook, maar ook omdat ik opportunistisch trots was: vanaf het eerste moment dat ik voet aan grond zette in Vancouver twee jaar geleden hield ik van deze stad, al leerde ik in deze trip ook haar rauwe zijde kennen. En alleen al in deze megalomane trip zou ik haar drie keer ontmoeten. Genoeg om me verbonden te voelen met deze stad.
Op social media ontdekte ik tegelijkertijd dat mijn Canadese vriendin Jenny een Oilers-fan was: het Edmonton-team. Op haar post reageerde ik;
“I have a Canucks shirt. Am I still welcome at your place?” stuurde ik haar gekscherend.

“You might have to camp in the garden”, antwoorde ze met een knipoog.

Op het moment dat ik op de trein stapte om in 33 uur van Vancouver naar Edmonton te reizen lagen de Canucks uit de competitie. Meer dan welkom om te komen en mijn shirt dragen waren veilig gesteld.

Ik logeerde een week bij Jenny en zuigde het lokale Canadese leven volledig in me op. Inclusief het volgen van de play-offs van de icehockey-competitie die in volle gang waren met om de dag een wedstrijd. De Oilers moesten 4 van 7 wedstrijden winnen van Dallas.

Het was mijn eerste icehockey wedstrijd ooit die ik in zijn geheel volgde, en het was onnavolgbaar. De snelheid van schaatsen op een klein veldje met een minimalistische puck zorgde dat het nauwelijks te zien was wat er nou echt gebeurde. De regels die ik de eerste wedstrijd nog dapper probeerde te begrijpen en middels Jenny tot tergend aan toe nog probeerde te ontcijferen, gaf ik in de tweede wedstrijd al snel op.

Powerplay, empty net, vier scheidsrechters, ‘too many players in field’, o-zone…Deze sport ging zó snel met zoveel onbegrijpelijke regels dat een maand Canada niet afdoende zou zijn om ze te begrijpen. Buitenspel in voetbal was aanzienlijk makkelijker uit te leggen. Ik gaf dit deel dus maar op. Desalniettemin haalde ik plezier uit het kijken naar de wedstrijden. Ik wilde Canadese cultuur? Ik kreeg het hier gepresenteerd op een dienblaadje, samen met een bord vol homemade nacho’s en gesmolten kaas.

Ik droeg mijn Canucks-shirt, dichterbij -en schoner- dan met icehockey zou ik voorlopig als toerist niet komen. Canucks waren uitgeschakeld en geen bedreiging meer, en Oilers wonnen in deze wedstrijd van Dallas. Mijn Canucks-shirt mocht dus blijven.

De wedstrijden bestonden uit een overzichtelijke 3 x 20 minuten, met de helft van de poppetjes van een voetbalteam. Die poppetjes waren drie keer zo groot en onherkenbaar door hun beschermingslaag in hun outfits. Want de één na andere speler klapte full frontal op het beschermende afrasterings-plexiglas tussen het veld en de bühne. Om vervolgens weer op volle kracht achter een zwart tabletje met een diameter van zo’n 10 centimeter te jagen. Geregeld vulde ik de woonkamer met mijn gegniffel om de lompheid. Wat een verademing om een wedstrijd te kijken zonder kermende mannen liggend op een grasmat.

De regels waren ook in de tweede en de derde wedstrijd niet te volgen, dus ik vermaakte me met het gepassioneerde gestoei van kromme stokjes, het lompe spel en leerde al snel de prominenten van de Oilers kennen; Connor McDavid, Kane, Draisatl, Nurse, McLeod…en natuurlijk Stuuuu Skinner.

Ik kreeg buiten de wedstrijden om beelden te zien van ‘Het best geklede icehockeyteam van de wereld’. Jonge mannen veelal met baarden, strak in het pak.

“Don’t they look fábulous!” riep Jenny extatisch.

Geen idee, dacht ik. Nog nooit geïnteresseerd in uiterlijk vertoon, outfits of stijl zag mijn vakmanschapsoog uit mijn trainershistorie iets anders. Stuk voor stuk wandelende energielekken. Zwalkend op kapotte knieën, O-benen en slecht verbloemende heup- en enkel-klachten. En iedere vorm van pijn negerend. Alsof ze zich niet wisten te verplaatsen wanneer hun ondergrond niet bestond uit scherpe messen en ijs.  Ik keek met afgrijzen en plaatsvervangende pijn, terwijl ‘verlekkerd’ hier kennelijk de norm zou moeten zijn.

De Edmonton Oilers wonnen de wedstijden van de play-offs van Dallas en positioneerden zich daarmee in de 2024 Stanley Cup finals precies op de avond voorafgaand aan de dag dat ik naar Edmonton zou gaan.
Intens verdrietig door het einde van een bijzondere reis in zicht reed ik in mijn pick up naar Edmonton.
Naar een stad vol blije Canadezen.

Deel deze blog:

Facebook
Twitter
LinkedIn

Meer blogs:

Rayu in de Telegraaf

#rayu

13 juli 2024

Aan de schandpaal

#rayu

11 juli 2024

Blessurevrij op pad

#Hikefit

24 juni 2024

“Why would I go back to hell if I am in heaven?”

#rayu

12 juni 2024

Solo buiten de gebaande paden

#Veerkracht

29 maart 2024

Happy trails or lack there of!

#rayu

28 maart 2024