Het is alsof het mijn dna veranderde.
Alsof je hele leven ineens op losse schroeven staat. Alsof eigenlijk niks nog betekenis gaat hebben. En zelfs mijn voorliefde voor woorden weet er na vier maanden nog steeds geen coherent verhaal van te maken.
Ik wil weer terug.
Maar ik wil terug naar iets dat nooit meer zo zal zijn. En die kennis blijft een dagelijkse, tergende strijd. Eén die ik rationeel uitstekend uit de doeken kan doen, om vervolgens huilend in bed te verwerken.
Groenland bestaat nog steeds.
En iedereen die ik na mijn leven aldaar sprak, liet ik een genuanceerd verhaal horen. Omdat dat misschien nog wel het meest recht deed aan mijn ervaring: zeker bijzonder. Zeker uniek. Zeker mooi. Zeldzaam grimmig ook.
“Het ergste dat je in Groenland kan overkomen is een knap meisje zijn. Dan is de vraag niet óf, maar wánneer je verkracht wordt.”
Alcoholisme was aan de orde van de dag zodra ik uit camp was. Onze boodschappen werden bij de vleet gestolen. Met als summum een vrij precies aantal eieren zónder de eierkarton. Geen idee hóe. Het maakte uiteindelijk ook weer niet echt uit voor ons; we kochten toch al 100 eieren als we er 80 nodig hadden; 20 was een redelijk aantal dat zou sneuvelen tijdens de rit in de pick-up naar de boot, óp de boot, óf op de ATV in camp.
Jeroen Visser weet de hele strijd die het land kent én onder je huid gaat zitten zodra je voet aan wal zet, uitmuntend samen te vatten in zijn stuk in de Volkskrant:
“Het trauma van de gedwongen ontworteling wordt gezien als een van de redenen waarom depressie hier veel voorkomt en waarom Groenland een van de hoogste zelfdodingscijfers van de wereld kent. ‘Ik heb zestien vrienden die zelfmoord hebben gepleegd, inclusief mijn beste vriend, die ik kende vanaf mijn 10de’, zegt Lilliendahl.”
Ik wilde niet alleen een rozengeur & noorderlicht herinnering hebben van Groenland. Ik wist waar ik was. Ik leerde haar rauwe randen. Ik had haar in een stoomcursus leren kennen. En dát vereenzelvigde ik met mijn tweedaagse solohike in haar wildernis tijdens mijn laatste dagen.. ..maar ik eindigde in nog meer aanzien. Om uiteindelijk mijn solohike te voltooien in….Kapisillit.
Het dorp waar Jeroen Visser over spreekt in zijn artikel in de Volkskrant.
Waar we benzine, diesel, kersosine en gas haalden, als we niet naar Nuuk gingen.
“Deze verkapte overheidssteun die het dorp overeind houdt, past in een Groenlandse traditie waarin het collectief voorgaat. Zo kan je op Groenland wel huizen bouwen maar geen grond bezitten, vanuit de gedachte dat de bevolking collectief eigenaar is – een idee waarvan de Amerikaanse president Donald Trump zou gruwelen.”
Lees het artikel hier
Groenland blijft een vertigo.
Oh wacht, betekende ‘vert’ toch al niet ‘groen’?
