Langs deze weg

Mijn broer, dat is een nog veel meer doorgewinterde hiker dan ik ben. Zo eentje die solo maanden en soms jarenlang een continent af struinde, levend in z’n eenpersoonstentje in de uithoeken van de wereld. Een facultatieve zwerver. Dakloos, maar dan maatschappelijk geaccepteerd. Een vagebond met erkenning.

Hoewel die erkenning van mij naar hem toe kwam pas vele jaren later kwam. Ik had aanvankelijk geen idee wat-ie deed en waarom. Nu begrijp ik als geen ander wat ie deed en waarom, en begrijp ik vooral mijn jongere zelf niet: ik had toentertijd de oren van zijn kop moeten vragen over zijn avonturen en ervaringen. Het was niet dat hij er niet over wilde vertellen, integendeel denk ik zelfs, maar: je moet er wel naar vragen. Een familietrekje.

Het was niet lang nadat ik mijn hikersleven gestart was, dat hij naar me toe kwam: “En wanneer gaan wij eens samen hiken?”. Beiden behoorlijke solisten in hart en nieren, dacht ik dat hij een grapje maakte. Net als de tweede keer, maanden later, dat hij diezelfde opmerking plaatste. Pas bij de derde keer begon ik het serieus te nemen. En met dat ook de waarde ervan in te zien.

Ik besloot zijn bijzondere voorstel aan te nemen en we deden ezeltje prik op één van de Baltische staten, waar ik graag naar toe wilde. Iets zonder bergen, want ik had geen idee of ik zijn lange benen op de vlakke weg wel kon bij houden, laat staat dat ik zijn bergervaringen bij benadering kon evenaren in tempo of in wat dan ook.

Het werkte, wij samen op de trail, en een jaar laten besloten we weer samen op pad te gaan. En deze keer werd het wél iets met bergen.

Een klein landje met een wat mysterieuze naam in een historisch fascinerend gebied trok mijn aandacht op de landkaart: amper 10 jaar (weer) onafhankelijk, een half miljoen inwoners, een eigen taal, kandidaat-EU maar de euro alvast voerende, 32 letters in het alfabet en de woorden bij vlagen maar kunnen lezen of uitspreken. Ik wist er niks over en dus wilde ik er heen. Maar ik was ook in het begin van mijn hikerscarrière en daarin mijn bekwaamheid sterk aan het aftasten. Evenals de potentie om als vrouw alleen door de wildernis te trekken. Daar zijn er nog steeds niet veel van, maar toentertijd was het helemaal zoeken naar een speld in een hooiberg om je overwegingen op te toetsen. Als nieuwbakken vrouwelijke solohiker moest ik het hele continuüm van dapper naar naïef en vice versa nog onderzoeken. En vooral leren dat het antwoord -waar op de schaal je keuze of actie zich zou bevinden op deze immer sluimerende vraag-  áltijd pas achteraf zou komen. De wildernis van dat obscure landje zou dus wel eens een uitgelezen moment kunnen zijn om met een manspersoon te betreden. En dus trokken we al freestylend, zonder route of omlijnd plan, door de bergen van Montenegro.

We beklommen de hoogtemeters over rotsige paadjes, dronken water uit aloude bronnen wat we metersdiep uit de grond met een bekertje moesten takelen, onze tenten plaatsten we in het wild als we moe waren of een prachtplek vonden, we liepen off track kriskras door de bossen op gevoel en kompas, we zagen talloze relikwieën. Van auto’s, huisraad en huisjes, getuigen van voorgaande levens vele, vele decennia geleden, tot aan compleet overgroeide keienwegen waar je ineens in je hoofd de koetswielen overheen hoorde denderen. We liepen op het ultieme snijvlak van historie en natuur. Ik voelde me een ontdekkingsreiziger die ieder moment op een groteske archeologische vondst kon stuiten. We daalden uitgehongerd de bergen af naar de kust op zoek naar water. En eenmaal aan de kust verraste hij me met een ijsje, terwijl ik mijn tanden op elkaar beet om de pijn van een handjevol ongelukken jaren eerder proberen te negeren.

Zelf al dagen ongedoucht en op zoek naar drinkwater keken we vol gedeelde afkeer onze ogen uit over de haven – bezaaid met exorbitante boten en de megalomane leefstijl van een bijbehorende elite. Een dag later trokken we vanuit het havenstadje dat tegen de berg aan lag weer de wildernis in. Met iedere hoogtemeter die we door het stadje heen maakten, zagen we bijna evenredig de armoede toenemen. Aangekomen bij de rand van de stad, ontdekten we een waterput waar we dankbaar onze flessen vulden. Het bleek de waterbron van de buurt, waar de mensen uit de omringende straten hun drinkwater vandaan haalden en hun was deden. Want stromend water, dat hadden zij nog niet in hun huizen.

De absurditeit.

Dezelfde stad, amper 300 meter lager, had de luxe aan boten die ik nog nooit had gezien, terwijl de inwoners hier nog leefden met de waterput die ik alleen uit de geschiedenisboeken kende. Het sloeg in als een mokerslag. En dat in een kandidaat-EU land, ik was compleet in de war.

De komende weken ga ik weer terug naar Montenegro.

Ik weet, haar echte historie ligt in de bossen en bergen verscholen, maar hiken is inmiddels hip en dus lopen we massaal over de Peaks of the Balkan, de route die ook Albanië en Kosovo aandoet. Een trail die ik toentertijd wellicht ook had gekozen als ik geen hikerbroer had gehad.

Ik ga twee weken lang hikers over deze indrukwekkende trail gidsen, want niet iedereen heeft een hikebroer en niet iedereen wil of kan solohiken.

Maar daarna komt hij weer, mijn broer, naar mij in Montenegro. We trekken samen de wildernis van Montenegro en Kosovo in. Daar kijk ik alvast enorm naar uit. Hij en ik en onze tentjes. En nee, ik heb hem dat niet laten weten, nog. Iets met een familietrekje.

Deel deze blog:

Facebook
Twitter
LinkedIn

Meer blogs:

Wc-papier op de trail

#Hikegear

5 oktober 2022

Dear SBT

#rayu

1 september 2022

Verdwaalverhaal: wat als je bearbag verdwaald is?

#Navigatie

31 mei 2022

Hoe voorkom je shinsplints door hiken?

#Hikefit

20 maart 2022

Alleen op pad – Webinar

#Veerkracht

9 februari 2022

Fjällräven Classic Hikeprep 2022 – Webinar met Sofie

#Fjällräven Classic

28 januari 2022