Ik moet ergens rond de twintig zijn geweest toen ik voor het eerst de trein naar Berlijn nam.
Alleen.
Voor een paar dagen.
Geen plan, geen idee. Alleen een ondraaglijke drang om weg te zijn. Waarvan precies wist ik verder ook niet, maar ik deed het. Bovendien, Berlijn was nog best overzichtelijk. Ik zou er in zes uur zijn, ware het niet dat ik in een zelfmoordtrein was gestapt. Zittende in de voorste coupé ben ik sindsdien nooit meer vergeten hoe je er uit komt te zien als je voor een trein springt. Versplinterd in duizenden kipfilets op het spoor.
Uren later dan gepland slenterde ik in Berlijn dag én nacht door haar historische en artistieke straten om maar geen meter te missen. Ik verzeilde regelmatig -maar veelal abusievelijk door dezelfde honger naar kennis- in haar schimmige outdoorleven dat gaande was in één van haar vele leegstaande fabrieken en verlaten panden. Van Bahnhof Zoo – want Christiane F.– naar Kreuzberg, naar Prenzlauer Berg en alles er tussen. Ik liep me helemaal stuk in een paar dagen.
Ik had de meest goedkope en obscure hostels geboekt die ik uiteindelijk amper zag. Ik verloor al mijn geld, bankpas en hostelsleutel in zand én vond ze op een onbegrijpelijke manier vele uren later en midden in de nacht óók weer.
De dagen erna probeerde ik mezelf weer in elkaar te zetten in één van Berlijns vele parken. Trots als ik was, legde ik het moment vast met een selfie, in een tijd dat selfies nog niet bestonden. Omdat mobiele telefoons nog niet maatschappelijk in gebruik waren. Quasi nonchalant positioneerde ik me zó dat ik met mijn grote teen op het knopje van mijn goedkope camera kon drukken. Geen idee of de foto gelukt was. Het boeide niet. Ik zag het later wel. Ik rolde languit achterover in het gras en met mijn armen achter mijn hoofd staarde ik tevreden over mijn solo escapade naar de wolken in de lucht, terwijl ik met mijn voet de camera in bezit probeerde te houden.
Ik was kapotmoe van de absurde kilometers die had afgelegd in korte tijd, van de vele indrukken, van extreem slaaptekort, van de ongerijmde gebeurtenissen, van de vele vreemde ontmoetingen en een heleboel andere voorvallen die ik maar niet kon plaatsen of begrijpen. Er was van alles misgegaan, en alles was op een rare manier ook weer op zijn pootjes terecht gekomen, al was het meeste door het oog van de naald. Maar ik had vooral veel gezien en beleefd. Meer dan dat ik voor mogelijk had gehouden in minuten, uren of dagen. Ik had geleerd dat alles wel goed kwam. En als niet, dan toch. En als dan echt niet, dan extreem veel geleerd op een vierkante centimeter in een nanoseconde. Het zou het op een vreemde manier tóch altijd waard zijn.
Dat ik daarna nog vele oorlogen moest zien te overwinnen, dát wist ik nog niet.
Maar deze gedachte, deze ervaring….het heeft me nooit meer los gelaten in iedere solohike die ik daarna nog maakte.
