“Je mag je eigen sieraden meenemen naar de fotoshoot, zodat het nog meer jíj wordt, op de foto”.
Fronsend las ik het bericht van de fotograaf. Ik pakte mijn full tang wildernis-mes. Mijn verrekijker. Wat kampeerspullen. Vier typen wandelschoenen. Mijn enorme teddybeer. Mogelijk leuk als knipoog naar mijn berengids-achtergrond?
Warm werd ik in het mooie pand in Hilversum onthaald.
“Het thema is pastel en roze, ik hoop dat dat een beetje in jouw stijl ligt?”
Het kon er werkelijk niet verder vanaf liggen. Met mijn rugzak vol met ninja-style outdoorkleding keek ik naar het schaars behangen kledingrek. Het was niet mijn eerste fotoshoot, ik wist hoe het werkte. Niet alleen zou ik dit hele kledingrek volstrekt vermijden in een winkel, ik zag ook dat de opties zeer beperkt zouden zijn. Mogelijk viel er nog iets te combineren met mijn eigen hike-outfits, dacht ik thuis nog, dat zou zomaar grappig uit kunnen werken. Maar nee, dat idee ging linea recta het raam uit.
Kansloos.
Ik ademde lang uit. Het is ook leuk om eens iets te doen wat niet nog verder van je af kan liggen, en het heeft al eerder grandioos uitgepakt. Dus besloot ik stug open te staan en trok alles aan in alle mogelijke combinaties, maar bijna alles had vooral weg van een vlag op een modderschuit. Mijn hele zijn kwam gewoon niet weg met zuurstokroze.
“Laten we die roze trainingsbroek nog proberen, met dat witte. Dat snap ik nog wel een soort van, met mijn sporty spice achtergrond.” zei ik in een laatste wanhoopspoging met louter wanhopige blikken in de kamer.
Het werkte. Soort van. God zij dank.

Door naar de visagie.
“Ik zit er aan te denken om je haar in een knotje te doen”, zegt de visagiste.
“Wat? Mijn signature lange haar wegstoppen? In zoiets kneuterigs als een knotje? Lang of hoge staart, véél beter.”
Nerveus probeerde ik nog een klein deel van mijn identiteit te bewaken in deze barbiewereld. Je kan immers ook zo openstaan dat je hersenen eruit vallen, zei een goede vriend ooit eens.

Door naar de fotoshoot.
“Heb je nog iets aan eigen dingen meegenomen?”
Ik wees naar de stoel waar ik mijn rugzak op had opengetrokken, terwijl de visagiste nog een laatste keer roze lipgloss aanbracht. Met een blik van afgrijzen en instant spijt keken de meisjes naar mijn veelgebruikte spullen.
“We kijken wel even.”
Inmiddels lichtelijk hyper van zóver uit je comfortzone zijn, dat je de contouren van je eigen leven niet meer ziet, stuiterde ik de set op en ging enthousiast aan de slag.
“Zo?”
“Wat denk je van zo?”
“Ik dacht dus, we kunnen ook zo, die teddybeer op de koffer zetten”
“Iets met mijn rugzak misschien?”
“Zal ik zo lopen?”
De fotografe vond het geweldig.
“Heerlijk dat je zo beweeglijk bent. Daar kan ik wat mee.”
Ik klom op koffers. Sleepte mijn beer. Liep met mijn 80 liter rugzak voor de camera te dartelen in een roze broek. Niks van dit alles leek ook maar op mijn hikersleven, waar het bijbehorende interview over ging, maar ik had evenmin plezier. Het hele contrast was gewoon te grappig.


Een snelle scan door de vele foto’s volgde met de meisjes.
“Maar hier zie je haar ZWARTE sok.”
“Ja, maar ik vind dat juist wel leuk, dat recalcitrante randje bij haar komt dan subtiel naar voren”
Deze hiker had duidelijk de memo over sokken gemist.
Met een fotoshoot zo zoet dat het glazuur van je tanden afspringt dat een vriendin bezorgd vraagt of het AI is ging ik naar huis. Om mijn spullen te pakken, en met mijn haar nog professioneel gestyled het vliegtuig te pakken naar een afgelegen boerderij in de bergen van Albanië.
Met enorm veel dank aan:
Eva Magazine
Sonja Brekelmans voor lange, mooie en emphatische gesprekken.
Nienke van Denderen voor de fotografie en instant door hebben wie je voor de camera hebt en daar mee durven te spelen.
Judith Mentink voor de visagie, want een vieze hiker glossy maken…ga er maar aan staan.



