De absurd vernauwde tunnelvisie die ik met survivalrun Dinxperlo had, zo had ik ruimschoots van te voren besloten, die gingen we vermijden. Het bracht me niks anders dan het lopen van een strafronde omdat ik pardoes de verkeerde kant op liep en het schreeuwen naar gele hesjes wat de bedoeling van de hindernis was en waar ik heen moest, terwijl het parcours prima was aangegeven met rood-witte lintjes. Met meer rust benaderde ik elke hindernis en bleef ik in m’n hoofd herhalen dat een topsporter nog nooit een wedstrijdprestatie heeft neergezet met voorafgaande twijfels. Bovendien wist ik als geen ander dat het besluiten dat een hindernis gehaald ging worden ruimschoots meer dan het halve werk was. In de blinde paniek vond ik het weliswaar nog steeds lastig het obstakel eerst te definiëren en de beste route te kiezen, maar heerlijk vond ik het de aanwijzingen van m’n aanmoedigende vader of trainer Thijs op te volgen of zelf m’n technieken te kiezen. Vaak aan de veilige kant met catcrawls in plaats van mijn favoriete en snellere doch meer krachtslurpende apenhang, maar steeds was het met niet al te veel ellende wederom een afgevinkte hindernis. Het zou m’n paniek minder moeten maken, zou je verwachten. Immers, het ging toch goed? Ik had er alles aan gedaan wat ik had kunnen doen en iedere gehaalde hindernis zou een bevestiging mogen zijn dat dit hele project een haalbare uitdaging was. De paniek bleef. Zo erg dat ik soms niet kon antwoorden op vragen of opmerkingen van Thijs, mederunners of m’n coaches, omdat het produceren van woorden in z’n geheel niet meer in mijn bereik lag.

Weer doemde daar die ellendige boomstammen op. Niet eens in een swingover-vorm, die al eerder in de run voorbij was gekomen en wonderwel gelukt was, maar nu nog onmogelijker door de opdracht jezelf horizontaal te verplaatsen over verticale boomstammen in de Harbers Allee. Dat vereist absurde arm- en beenklemkracht zonder enige vorm van grip waarbij een zwaaimoment naar de volgende boomstam komt kijken. Ik vind dat ik alles moet kunnen. Maar bij voorkeur binnen het betamelijke. Er zijn grenzen, en deze opdracht lag daar met een instabiele schouder met sluimerende slijmbeursontsteking ver buiten. Niet had ik nu alleen te dealen met de na 35 hindernissen inmiddels ingesleten allesoverheersende hindernispaniek, ook rationeel besef van onkunde kwam hier om de hoek kijken. Er was in de verste verte niet eens sprake van twijfel. Voor de vorm probeerde ik het, maar als vanzelfsprekend gleed ik bij de 2de stam gemoedelijk naar beneden. Een vloedgolf van frustratie overspoelde me en het idee van het inleveren van mijn als gegoten zittende rode bandje met het finish-terrein in zicht dreef me tot waanzin.

Tijd voor trainer Thijs om me bij mijn schouders te grijpen, door elkaar te husselen en aan te geven dat ik dit alles veel te serieus nam. Als het lukt, dan lukt het. Maar als niet, dan was er niemand die stierf. Maar ik wist dat er wel degelijk iemand zou sterven. Ik wist op dat moment dat ik het niet zou kunnen verduren deze run niet te halen. Deze run stond voor mij inmiddels symbool voor zoveel fundamentele dingen, dat er niet meer tegenaan te relativeren viel. Als ik deze run zou halen -en dat zou ik hoe dan ook- dan had ik misschien nog wel allerhande blessures en restverschijnselen, maar dan was mijn lichaam weer sterk genoeg om alle fysieke misère achter me te laten. Dan was ik gewoon weer Shanna, net als in 2009 en alle jaren daarvoor, waarin ik alles kon en deed en mijn lichaam op alle mogelijke wijzen onbekommerd wist te beproeven. En de dag erna weer. En daarna nog een keer. Dit was voor mij geen zondagmiddag recreatiewedstrijd, maar de uitkomst van de optelsom van minuten, uren, dagen en jaren in de gym. Mijn leven speelde zich daar 7 dagen in de week af, de dagen in het jaar dat ik níet in een sportoutfit rond liep, waren met groot gemak op 2 handen te tellen. Het inleveren van mijn rode bandje zou als het dobbelen van het aantal ogen zijn waarmee mijn lichaam op vakje 31 van ganzenbord uit zou komen. Wie in de put komt, moet er blijven tot een andere speler er komt. Maar wacht, geest staat al depressief op 52 in de gevangenis dus zolang niemand kijkt of er een spin onder het bord zit gaat deze impasse nog wel even duren.

Lees meer: Slot: Deel 5