Het mooie aan survival is dat het alle facetten van conditie in de brede zin van het woord omvat. Uithoudingsvermogen in de duurloop, de kracht om jezelf over allerhande hindernissen te buitelen, de coördinatie om een willekeurig lichaamsdeel op de juiste plek te plaatsen om zo energiebesparend te werk te gaan en met beleid het obstakel te benaderen of te verlaten, de balans om je staande te houden op bijvoorbeeld een lianenbrug, spaanse ruiter of een dunne balk over het water, maar ook lenigheid komt niet zelden van pas als je reikt voor dat ene touwtje, als je je been net iets verder kan plaatsen of om je klimslagen zo minimaal te houden. En wanneer je dit alles met een beetje snelheid kan doen en daarmee een mooie tijd kan neerzetten en de verzuring in je armen zoveel mogelijk kan beperken, komt het helemaal goed uit. Dit brede scala aan bewegen mag je dan ook nog eens in de frisse buitenlucht vol zuurstof en natuur doen, dwars door bossen, weilanden en akkers. Van de buitenkant ziet het er al snel als een rouwdouwers-festijn uit, maar er komt verrassend wat tactiek, inzicht en techniek bij kijken. Sommige hindernissen zijn net puzzeltjes, soms met 1, soms met meerdere oplossingen, waarvan er vaak 1 de beste is op tijd of energiebesparing. Als ik een ultieme sport zou mogen beschrijven zou het de blauwdruk van survival zijn.

Hoe fantastisch is het dat ik 14 jaar na mijn puberende survivaljaren met bijbehorende runs als een déjà vu weer volop de romance ben aangegaan met een sport die voor mij perfectie nadert! Menigeen in mijn omgeving heeft met mij de laatste maanden dan ook een verliefde dwaas voor zich gehad, die zodra haar object of affection ook maar ergens in een zin paste, ongegeneerd er over begon te bazelen. Liefde maakt wel vaker blind, en niet helemaal wars van realiteitszin vermoedde ik, ondanks mijn volhardende persoonlijkheid, dat het met een beetje straffe winter allicht snel uit zou zijn met de pret om in m’n modderoutfit op de scooter naar Amsterdam-Almere vice versa te gaan voor een training die de helft van de reistijd omvatte. Die straffe winter bleef uit. Bovendien was de survivalverslaving al dermate aangewakkerd dat er moeiteloos gezocht werd naar andere vervoersopties en werden er zelfs extra doordeweekse survival-shots toegevoegd.

En na al die zondagmorgentrainingen werd het wel eens tijd om de capaciteiten te beproeven in een survivalrun. Prik, daar stond ie, 6 januari 2013, de bakermat van survival; de run van Beltrum. Acht maanden eerder ontkiemde zich het idee van een wedstrijd. Bewegen was voor mij al lang geen sporten meer maar trainen. Mijn focus was altijd op mijn training en de vraag was niet wanneer ik ging trainen maar hoe laat en de perioden dat ik leefde en at als een topsporter werden steeds langer. Ik was zo gedetermineerd als het op voeding en bewegen aankwam om, ja om wat eigenlijk? Dit was of volstrekt doelloos, of een beperkend leefregime of ik ging dit functioneel inzetten. Ik zocht collega’s in mijn vakgebied op, sprak met experts, coaches en andere sporters, maakte een afspraak met wedstrijdbegeleiders en pluisde het internet uit om te ontdekken welke wedstrijden er op fitnessgebied te beleven waren. Maar liefst twee maanden heeft het geduurd, totdat ik een helder moment kreeg. Waarom zo hard zoeken, als er al iets bestaat waarmee ik niet geheel onverdienstelijk ooit al ervaring op heb gedaan? Lyrisch werd ik bij de gedachte weer te gaan survivallen. SSRA, Stichting Survivalrun Almere, bleek in de nabije omtrek nog de meest voor de hand liggende optie als trainingscentrum. Niet geheel om de hoek, maar alles wat bereikbaar is op mijn scooter vond ik acceptabel.

 

Lees meer: Deel 2